
Waarom je tankmelkcelgetal niet altijd overeenkomt met je bedrijfscelgetal
Af en toe krijgen we bij MCC de vraag waarom het bedrijfscelgetal op het overzichtsrapport van de individuele melkanalyse (IMA) verschilt van het tankmelkcelgetal, zelfs wanneer de monsters op dezelfde dag genomen zijn. Begrijpelijk, want in beide gevallen spreken we over “het celgetal”. Toch gaat het niet om exact dezelfde melk, en dus ook niet om exact dezelfde meting. In dit nieuwsitem leggen we helder uit waar het verschil zit en hoe je beide cijfers interpreteert.
Wat is het celgetal?
Het celgetal geeft het aantal lichaamscellen - ook wel somatische cellen genoemd - per milliliter melk weer. Dat zijn hoofdzakelijk witte bloedcellen en in mindere mate uierweefselcellen. Het celgetal schommelt van nature: het kan stijgen bij oudere koeien, binnen een lactatie en over de seizoenen heen. Zo zien we in de zomer steeds een stijging die we kunnen toewijzen aan hittestress bij de koeien. En als de afweer van de dieren verzwakt, zoals in 2024 met de vele blauwtong-uitbraken, merken we een duidelijke stijging in het celgetal bij alle melkkoeien.

Figuur 1: Verloop van het gemiddeld celgetal sinds 2017
Hoe wordt het celgetal gemeten?
Bij MCC wordt het celgetal gemeten met de Fossomatic DC. Dit toestel kleurt het DNA van de cellen (witte bloedcellen en weefselcellen) en laat ze oplichten met een laser. Op basis van de uitgezonden lichtsignalen worden de cellen vervolgens geteld. Hoe meer cellen, hoe meer lichtsignalen. Deze telling wordt dan omgerekend naar het aantal cellen per milliliter melk. De analysetechniek wordt wereldwijd gebruikt en is erg betrouwbaar.
Welke celgetallen bestaan er?
Er bestaan verschillende manieren waarop het celgetal wordt gemeten en uitgedrukt. Binnen MCC onderscheiden we drie begrippen: het tankmelkcelgetal, het individueel celgetal (koecelgetal) en het bedrijfscelgetal (een berekend cijfer op basis van individuele resultaten).
Het tankmelkcelgetal
Bij elke melkophaling neemt de RMO (rijdende melkophaling) automatisch een melkmonster met een erkend bemonsteringsapparaat. Dit monster vertegenwoordigt alle melk in de tank en wordt steeds gekoeld bewaard tot het in het labo van MCC geanalyseerd wordt. Op dit monster worden verschillende melkparameters bepaald, waaronder het tankmelkcelgetal, dat je als veehouder kan raadplegen via Melknet.
Foto: Het monsterpotje wordt gevuld door de RMO tijdens ophaling van de melk.
Belangrijk bij de interpretatie van het tankmelkcelgetal:
- Bij een ophaling wordt melk geladen van meerdere productiedagen.
- Goed roeren van de tank vóór de ophaling is cruciaal om een representatief monster te krijgen.
- Melken tijdens de ophaling is niet toegelaten omwille van koelingsredenen maar ook omdat de melk dan onvoldoende geroerd is, en dit kan onder meer het celgetalresultaat beïnvloeden.
- Dit getal wordt sterk beïnvloed door koeien die meer melk produceren, omdat deze zwaarder doorwegen in het tankmelkcelgetal dan koeien met een lagere productie.
- Hou er ook rekening mee dat niet alle koeien in de tank gemolken worden (droog, behandeld, gekalfd, …).
Het individueel celgetal of koecelgetal
Voor IMA wordt per koe een afzonderlijk melkmonster genomen, door de veehouder zelf of via een shuttle die gekoppeld wordt aan de melkrobot. De melk wordt dus niet verzameld in een tank, maar per dier krijgen we een melkmonster dat wordt bewaard in potjes met bewaarmiddel. Zo kunnen we het individuele celgetal bepalen, en krijg je als veehouder inzicht in de uiergezondheid van elk dier afzonderlijk. Net zoals bij tankmelk is ook hier een correcte monstername van groot belang om een representatief monster, en dus betrouwbare resultaten, te krijgen. Laat je dus zeker adviseren over de monstername.
Het bedrijfscelgetal
Het bedrijfscelgetal is een berekend gemiddelde van alle individuele koecelgetallen die na een IMA-bemonstering gekend zijn. Er zijn twee mogelijke berekeningen:
- De melkproductie is gekend (beste optie)
Als de melkproductie per koe beschikbaar is (we adviseren de dagproductie te noteren), wordt een gewogen gemiddelde berekend. Koeien die meer melk produceren, tellen zwaarder mee. Dit cijfer sluit het meest aan bij het tankmelkcelgetal.
Ter info: voor deze berekening gebruiken we de productiegegevens die worden aangeleverd (handmatig genoteerd of via de robot). In de nabije toekomst schakelen we bij robotbedrijven over op de gemiddelde dagproductie per koe, waardoor de berekening nog nauwkeuriger wordt.
- De melkproductie is niet gekend
Wanneer de melkproductie niet gekend is, wordt een gewoon rekenkundig gemiddelde genomen van alle koecelgetallen. Dit cijfer geeft een goed beeld van de gemiddelde uiergezondheid van de kudde en lactatiegroepen, maar kan sterker afwijken van het tankmelkcelgetal.
Waarom kunnen bedrijfscelgetal en tankmelkcelgetal verschillen?
Hoewel beide cijfers hetzelfde meten (celgetal) zijn ze gebaseerd op andere melk, een andere manier van bemonsteren en een andere tijdsperiode.
| Tankmelkcelgetal | Bedrijfscelgetal | |
| Type monster | RMO-tankmonster | Individueel melkmonster |
| Melk | Melk van meerdere dagen | Melk op 1 moment |
| Bijdrage koeien | Enkel koeien in tank | Alle bemonsterde koeien |
Niet alle koeien die bemonsterd worden voor IMA, worden ook in de tank gemolken. Denk aan pas gekalfde koeien of koeien die onder behandeling zijn. Deze zullen wel bijdragen aan het bedrijfscelgetal maar niet aan het tankmelkcelgetal. Omgekeerd kan ook: koeien die drooggezet worden, kunnen nog wel bijgedragen hebben aan de tank, maar niet meer gemolken worden op de dag van de IMA-bemonstering. Elk cijfer is dus gebaseerd op een eigen manier van monstername en rapportering. Daarom kun je tankmelkcelgetal en bedrijfscelgetal niet één op één vergelijken.
Tot slot
Zowel het tankmelkcelgetal als het bedrijfscelgetal zijn waardevolle indicatoren voor de uiergezondheid en de melkkwaliteit van je kudde. Ze vullen elkaar aan, op voorwaarde dat je ze correct interpreteert. Met een goede kadering helpen ze je om de juiste conclusies te trekken en gericht te werken aan een gezonde en productieve veestapel.
Heb jij vragen over jouw celgetal of wil je starten met IMA?
Contacteer ons via helpdesk@mcc-vlaanderen.be of 078 15 47 10. We helpen je graag verder.


