Home

Een verhoogd coligetal, zelfs nu het kouder wordt: wat doe je eraan?

Om de kwaliteit van rauwe melk te waarborgen, worden bij iedere melkophaling de belangrijkste melkkwaliteit parameters bepaald. Naast de officiële bepalingen wordt ook het coligetal bepaald. Tijdens de zomer werden heel wat melkveehouders geconfronteerd met een verhoogd coligetal, maar ook in het warme najaar bleef het risico hierop aanhouden. Merk je nog altijd een (kleine) verhoging, nu de temperaturen gezakt zijn? Dan is er mogelijk iets aan de hand. We helpen jou op weg om de oorzaak te vinden.

Wat is het coligetal?

Het coligetal is een maat voor het totaal aantal coliforme bacteriën in de tankmelk. Coliforme bacteriën zijn gramnegatieve, staafvormige, niet-sporenvormende bacteriën, waartoe niet enkel de Escherichia coli bacterie behoort, maar ook Klebsiella, Citrobacter, Enterobacter, Serratia enz. Als deze bacteriën teruggevonden worden in de uier of in de melk, wordt over het algemeen de link gelegd met een gebrekkige hygiëne van de leefomgeving van de koe en de melkinstallatie. Het coligetal wordt dan ook algemeen beschouwd als hygiëne-indicator.

Hoe wordt het coligetal bepaald?

Het aantal coliforme bacteriën in melk wordt bepaald met de Petrifilm-methode, een analyse die het MCC Labo uitvoert onder accreditatie en die afgeleid is van de ISO-methode. Hierbij wordt een bepaalde hoeveelheid melk samen met verdunningsvloeistof op de Petrifilm geënt die vervolgens geïncubeerd wordt bij 30 °C. Na incubatie worden de karakteristieke kolonies geteld en gerapporteerd per ml melk. Dit is een nauwkeurige methode waarvan het meetbereik ligt tussen de 10 en 1500 coliformen per ml.

Het belang van een laag coligetal

Een belangrijke motivatie om het coligetal onder controle te houden, zijn de kwaliteitspremies die hieraan verbonden zijn. De bovengrens van de parameter wordt op gemiddeld 50 kolonies per ml melk per maand gelegd.
Het coligetal is een heel gevoelige parameter die problemen met hygiëne vroegtijdig kan aangeven. Veel gevoeliger dan het kiemgetal - een parameter die in het strafpuntensysteem zit - omdat bij de bepaling van het kiemgetal veel meer bacteriën dan alleen de coliformen geteld worden. Hoe lager het coligetal, hoe lager het kiemgetal en hoe minder kans op strafpunten. Kennis van het coligetal kan dus helpen om tijdig in te grijpen bij een verhoging en zo een later kiemgetal-probleem voorkomen. Daarnaast kan het ook een probleem met reiniging of slecht functionerende onderdelen van de melkmachine, melkleidingen of de koeltank snel aan het licht brengen.

Oorzaken van een hoog coligetal

In eerste instantie dient gekeken te worden naar mogelijke vervuiling door melkrest- en/of mestdeeltjes. Hiervoor let je bij aanvang van het melken op de reinheid van de uier en de spenen van de koe, pas je een grondige en degelijke voorbehandeling toe van de uier, en zorg je voor een optimale melkbeurt door de melkrobot of melkmachine goed te onderhouden en te reinigen.
Ook koeien met colimastitis kunnen een piek in het coligetal in de tank veroorzaken maar bij langdurige verhoging moet de oorzaak ergens anders gezocht worden aangezien geweten is dat de bacterie na infectie erg snel uit de uier verdwijnt.

Wat zijn de risicofactoren?

Een typisch verloop van het gemiddeld coligetal is een algemene stijging rond de zomermaanden. Hier liggen de warme temperaturen aan de basis, door restanten warme melk die achterblijven in de melkleidingen: de ideale voedingsbodem om coliforme bacteriën te laten groeien.

Coligetal | Melkcontrolecentrum Vlaanderen (mcc-vlaanderen.be)

Uit onderzoek blijkt dat coliproblemen meer voorkomen op robotbedrijven dan bij conventioneel melken (Control-project in samenwerking met ILVO). Cijfers uit 2017 tonen dat het gemiddeld coligetal 8,7 kolonies per ml was, terwijl dit voor robotbedrijven 22 (2x reinigen per dag) en 17 (3x reinigen per dag) was. De robotbedrijven blijven met het maandgemiddelde wel onder de grenswaarde van 50 kolonies per ml melk.

Verder onderzoek

We weten uit eerste hand dat de oorzaak van een hoog coligetal erg divers is en soms moeilijk te achterhalen is, zeker bij robotmelkers. Om die reden zijn we bij MCC vorig jaar gestart met een EIP-project “Optimalisatie coligetal bij geautomatiseerde melksystemen” waarbij onze buitendienstmedewerkers samen met medewerkers van ILVO (Eenheid Technologie & Voeding) en Fedagrim op zoek gaan naar de oorzaak en een oplossing van een verhoogd coligetal.
Met behulp van trajectbemonstering worden op verschillende plaatsen in het bedrijf monsters genomen om het coligetal te bepalen, zowel voor als na reiniging. Zo krijgen we zicht op waar de oorzaak zich bevindt en kunnen we controleren of de reiniging voldoet. Op basis van al deze info stellen we een stappenplan op voor zowel de veehouder als de techniekers om tot een oplossing te komen. Meer hierover volgt in een latere nieuwsbrief.

Wat doen bij hoog coligetal?

In geval van een verhoogd coligetal is het ten sterkste aangeraden om direct actie te ondernemen.
Wat kun je concreet doen als je geconfronteerd wordt met een verhoogd coligetal?

  1. Zorg voor een optimale algemene hygiëne in de stal: het scoren van uierhygiëne en speentophygiëne kunnen helpen om hier een objectief beeld over te geven;
  2. Je kunt vermijden dat vuildeeltjes in de melk geraken door zowel de voorbehandeling als de melktechniek kritisch te bekijken;
  3. Controleer de temperatuur van de koeltank, zeker bij weinig melkingen, en klepwerkingen;
  4. Zorg voor voldoende hoge watertemperatuur bij reinigen;
  5. Vooral van belang voor robotbedrijven: reiniging frequent en gebruik daarbij voldoende reinigingsproducten;
  6. Controleer de reiniging van de melkmachine en koeltank. Besteed hierbij voornamelijk aandacht aan moeilijk reinigbare plaatsen zoals koppelingen, bochten, verstorven rubberen onderdelen...;
  7. Blijven de problemen aanhouden? Contacteer een technieker. Een trajectbemonstering kan helpen om het probleemgebied aan te duiden en de reiniging te evalueren. Vraag een bezoek aan door contact op te nemen met onze buitendienstmedewerkers (tel.: 078 15 47 10) of via info@mcc-vlaanderen.be
  8. In uitzonderlijke gevallen kan een verhoging van het coligetal in de tankmelk tot boven de norm veroorzaakt worden door de aanwezigheid van één dier met een uierontsteking veroorzaakt door coliformen. Een colidifferentiatie van de tankmelk geeft mogelijk uitsluitsel.

     
Door al deze maatregelen toe te passen, is het mogelijk om het coligetal onder 10 kolonies per ml te houden.
En wie weet, sta jij volgend jaar ook in de lijst van kwaliteitsmelkers?