Melknet Producent

Leveraarsnummer

Geheime code :


 

Melknet Zuivel

Melknet Bis

Controle van de kwaliteit en de samenstelling van melk

De controle van de kwaliteit en de samenstelling van rauwe melk geleverd door producenten aan kopers wordt uitgevoerd overeenkomstig het K.B. van 21 december 2006 betreffende de controle van de kwaliteit van de rauwe melk en de erkenning van de interprofessionele organismen (B.S. van 15/01/2007) en het K.B. van 17 maart 1994 betreffende de productie van melk en tot instelling van een officiële controle van melk geleverd aan kopers (B.S. van 06/05/1994), gewijzigd door de K.B.’s van 11 juli 1996 (B.S. van 20/08/1996) en 3 september 2000 (B.S. van 04/10/2000).

De uitvoeringsmodaliteiten van de bovengenoemde koninklijke besluiten worden beschreven in het M.B. van 1 februari 2007 houdende goedkeuring van het document opgesteld door de erkende interprofessionele organismen betreffende de modaliteiten van de controle van de kwaliteit van de rauwe koemelk (B.S. van 16/02/2007) en het M.B. van 17 maart 1994 betreffende de officiële bepaling van de kwaliteit van melk geleverd aan kopers (B.S. van 06/05/1994), gewijzigd door de M.B.’s van 11 juli 1996 (B.S. van 20/08/1996), 4 oktober 2000 (B.S. van 07/10/2000), 6 oktober 2000 (B.S. van 13/10/2000), 28 december 2000 (B.S. van 02/02/2001), 5 september 2002 (B.S. van 22/10/2002) en 27 februari 2003 (B.S. van 07/04/2003).

Het melkmonster (ca. 50 ml) dat zal gebruikt worden voor de controle van de kwaliteit en de samenstelling van de melk wordt genomen met een mechanisch bemonsteringsapparaat gemonteerd op de RMO (rijdende melkontvangst). Bij elke ophaling neemt de RMO-chauffeur een monster, voorziet het monsterflesje van de nodige identificatie (etiket met leveraarsnummer in barcode) en plaatst het in een koelbox met smeltend ijs. Na afloop van de ophaalrit worden alle monsters in de zuivelfabriek of het melkophaalcentrum in een koelruimte tussen 0 en 4°C geplaatst. Personeel van MCC-Vlaanderen haalt deze monsters dagelijks op.

 general1.JPG

Vóór het in gebruik nemen van een nieuw bemonsteringsapparaat of bij technische aanpassingen aan een bemonsteringsapparaat, wordt door MCC-Vlaanderen  het restmelkpercentage bepaald (norm ≤ 0,1%), om zeker te zijn dat er geen beïnvloeding is van de ene melklevering op de andere. De zuivelfabriek voert minstens eenmaal per jaar van elk bemonsteringsapparaat de bepaling van het restmelkpercentage uit en bezorgt het monster aan MCC-Vlaanderen. Regelmatig vergezelt personeel van MCC-Vlaanderen elke RMO bij een ophaalrit en worden ook manuele monsters genomen. Bij deze zogenaamde "controlebemonstering" wordt door vergelijkende kiemgetal-, vet- en eiwitbepalingen op de "manuele" en de "mechanische" monsters de goede werking van het toestel en van de RMO-chauffeur gecontroleerd. 

 general2.JPG
In het kader van de controle van de kwaliteit en de samenstelling van de melk worden de volgende parameters onderzocht : kiemgetal (twee monsters per maand), celgetal (vier monsters per maand), remstoffen (alle monsters), filtratie (één monster per maand), vetgehalte (alle monsters), eiwitgehalte (alle monsters) en vriespunt (één monster per maand).  

Als onderdeel van een kwaliteitspremiesysteem (AA-melk premie, IKM-kwaliteitspremie) wordt voor de grote meerderheid van de melkproductiebedrijven de coligetalbepaling tweemaal per maand uitgevoerd.


Bijkomende onderzoeken

Naast de analysen die uitgevoerd worden in het kader van de controle van de kwaliteit en de samenstelling van de melk geleverd aan kopers, worden in MCC-Vlaanderen tal van analysen uitgevoerd ter ondersteuning en controle van deze werkzaamheden of op aanvraag van producenten, zuivelfabrieken of derden.

MCC-Vlaanderen neemt deel aan ringonderzoeken georganiseerd door de bevoegde overheid in het kader van de wetenschappelijke begeleiding van de interprofessionele organismen. Deze ringonderzoeken hebben betrekking op alle bovengenoemde analysen. Voor een aantal parameters (bv. kiemgetal, celgetal, vriespunt) wordt op regelmatige basis deelgenomen aan internationale ringonderzoeken.

Op aanvraag van de producent of van de zuivelfabriek worden informatieve onderzoeken uitgevoerd op monsters die genomen zijn in het kader van de controle van de kwaliteit en de samenstelling van de melk. Dit zijn meestal onderzoeken waarvan de resultaten bruikbaar zijn bij het oplossen van bestaande kwaliteitsproblemen op het bedrijf (bv. kiemgetalbepaling, coligetalbepaling).

Op aanvraag van de producent of van de zuivelfabriek worden onderzoeken uitgevoerd op zelfgenomen monsters (zogenaamde "andere" monsters). Bij de producenten gaat het meestal om monsters van individuele koeien waarop de remstoffenproef of de celgetalbepaling wordt uitgevoerd. Bij de zuivelfabriek hebben de monsters meestal betrekking op RMO-ladingen of op melktransporten tussen zuivelfabrieken. In hoofdzaak worden in dit kader remstoffenproeven, kiemgetalbepalingen, vriespuntbepalingen en vet- en eiwitbepalingen uitgevoerd. Op beperktere schaal gebeuren ook andere analysen, zoals bepaling van drogestofgehalte, lactobacillen, thermoresistente bacteriën, sporevormende bacteriën, enz…

general3.JPG
 

In principe wordt van elke melklevering het ureumgehalte bepaald. Met het resultaat van deze informatieve analyse bekomt de producent een maatstaf voor de eiwitbenutting door de dieren en voor de stikstofuitstoot in het milieu.

In het kader van het project "Integrale Kwaliteitszorg Melk" (IKM) voert MCC-Vlaanderen de bemonstering en het onderzoek uit van reinigingswater voor de melkinstallatie en van drinkwater voor het melkvee.

MCC-Vlaanderen neemt de monsters op hoeve- en RMO-niveau in Vlaanderen in het kader van de sectorale monitoring van contaminanten in melk en zuivelproducten.

Als onderdeel van een ruimer project dat eventueel met andere diensten of verenigingen uitgewerkt wordt, kunnen specifieke analysen worden uitgevoerd (bv. sporevormende bacteriën, boterzuurbacteriën, onverzadigde vetzuren).